3,8 miljard jaar tot 1.65 miljard jaar geleden.
De Aarde heeft haar definitieve plaats in het zonnestelsel
gevonden. Ze is bedekt met uitgestrekte zeeën en heeft een reducerende
atmosfeer die grotendeels bestaat uit giftige dampen. In die omgeving
gebeurt echter iets unieks. Door een combinatie van temperatuur, kosmische
straling en de aanwezige gassen ontstaan de bouwstenen van het leven.
Langzaam ontstaan er primitieve levensvormen die floreren in de oersoep.
Door een explosieve groei van deze organismen wordt de reducerende atmosfeer
langzaam zuurstofrijker.
Gedurende de Archaean era worden de continenten eindelijk stabiel en beginnen met hun drift over de hete mantel van de Aarde.
De woelige Archaean Era eindigt 1650 miljoen jaar geleden. Een nieuwe era kondigd zich aan waarin het leven een belangrijke plaats in gaat nemen: de Proterozoïcum Era.
3800 tot 3500 miljoen jaar geleden
De Aarde is een vreemde, giftige wereld. Een brouwsel van chemicaliën waarvan stikstof de grootste hoeveelheid ineemt. De atmosfeer is een reducerende atmosfeer die rijk is aan methaan en ammoniak. Er zijn veel spore-elementen in terug te vinden die nog stammen uit de ontgassingsperiode in de Cryptic periode van de Hadean Era. Het oppervlak bestaat uit uitgestrekte zeeën die doorweven worden met de jonge continenten. Het klimaat is warm.
In de zeeën vormen zich uit de 'nieuwe' aminozuren complexe structuren; de eerste
eiwitten. Dit gebeurd door een combinatie van kosmische straling, zonnevlammen
en electrische ontladingen. Tenslotte vormen zich de eerste RNA structuren
die "zichzelf kunnen vermenigvuldigen".
Hiermee zijn de eerste bouwstenen van het
leven gevormd.
Uit deze bouwstenen ontstaan verschillende eiwitten die de RNA / DNA strengen ommantelen en tegen het einde van het Isuan, rond 3500 miljoen jaar geleden vullen de oerzeeën zich langzaam met de eerste levensvormen; de blauwgroene algen en cyanobacteriën.
3500 tot 2800 miljoen jaar geleden
De groei van de continenten gaat onverminderd door en het supercontinent Rodina wordt langzaam groter. Het is kaal land waar niets op leeft en de elementen vrij spel hebben. Regen teistert de rotsen en neerslag en lava uit de nabije vulkanen laten het land beetje bij beetje groeien.
De eerste cyanobacteriën hebben zich gevormd, samen met blauwgroene algen. Het zijn protokaryoten, organismen zonder celkern. Ze vormen een grote succesvolle groep die door de miljoenen jaren heen de hele Aarde veroveren. Overal op de planeet zijn stromatolieten en oncolieten te vinden. Ze bestaan uit de kalkafzetting van grote kolonies cyanobacteriën, die meters hoog kunnen worden.
Tegen het einde van het Swazian is bijna alle waterstof uit de atmosfeer verdwenen. Twintig procent bestaat uit koolstofdioxide en de rest uit stikstof. Door het toedoen van het leven op Aarde zakt de hoeveelheid koolstofdioxide verder en verder, maar niet meer zo snel als in het begin. Er ontstaat een nieuw evenwicht waarin de algen en bacteriën goed floreren.
2800 tot 2450 miljoen jaar geleden
Het Radian is een periode die gedomineerd word door de protokaryotische levensvormen.
Buiten de onverminderde groei van Rodina en de daling van het koolstofdioxide
gehalte in de atmosfeer verandert er weinig.
Uit de protokaryotische levensvormen
evolueren de eerste organismen die gebruik maken van fotosynthese.
2450 tot 2200 miljoen jaar geleden
De eerste complexe vormen van cellen vormen zich. De fotosynthetische levensvormen floreren goed en zuurstof wordt in snel tempo gevormd. Tegen 2200 miljoen jaar geleden ontstaan de eerste eukaryotische levensvormen in de vorm van groene algen.
Aan het einde van het Huronian komt de Aarde in een koude periode en de eerste ijstijd dient zich aan waarbij vrijwel de hele planeet bedekt wordt met een ijslaag (tot aan de evenaar).
2200 tot 1650 miljoen jaar geleden
De Aarde komt tot rust. De continentale platen nemen hun definitieve vorm aan en beginnen aan hun drift over de Aarde. Het supercontinent Rodina krijgt vorm.
In de zeeën wemelt het van leven, zowel eukaryotisch en protokaryotisch. Door de grote hoeveelheid fotosynthese begint het zuurstofgehalte in de atmosfeer toe te nemen en aan het einde van het Animikean is er zelfs meer zuurstof dan koolstofdioxide aanwezig. Deze zuurstof is giftig voor veel vomen van leven in de oceanen en er ontstaat een verschuiving in dominante levensvormen.